Hoewel je veel advertenties tegenkomt dat de flesvoeding vrijwel gelijk is aan de borstvoeding, is dit zeker niet zo. Inmiddels zijn er veel onderzoeksresultaten, waaruit blijkt dat borstvoeding superieur is aan alles wat er momenteel te krijgen is in de winkel. De baby wordt beter beschermd tegen ziekten en krijgt de voedingsstoffen die noodzakelijk zijn voor een goede ontwikkeling. Borstvoeding is daarmee de beste voeding is voor een kind. Eigenlijk weten heel veel ouders dat gevoelsmatig al wel. De moedermelk bevat stoffen die de gezondheid van moeder en kind, ook in het latere leven, bevorderen.

Veel van deze stoffen in moedermelk kunnen niet nagemaakt worden. Het is de natuur zelf die de voeding aanpast aan wat de baby nodig heeft. Borstvoeding past zich aan de leeftijd van het kind en zijn behoefte op dat moment aan. Zo is bijvoorbeeld de borstvoeding van een moeder met een te vroeg geboren kindje anders van samenstelling als dat voor een op tijd geboren kindje. De eerste melk, colostrum, is anders van samenstelling dan de melk die de moeder maakt na een aantal dagen. Na een dag of tien is het weer anders van samenstelling. Kortom, de borstvoeding past zich steeds aan de behoeften van je kindje aan. Het is eten en drinken en een volledige, complete voeding voor de eerste 6 levensmaanden!

Iedere ouder wil graag dat zijn/haar kind goed drinkt. Met borstvoeding krijgt een kind de allerbeste voeding. De kennis en kunde omtrent het geven en het krijgen van borstvoeding is in de laatste tientallen jaren bij velen in de vergetelheid geraakt. Hierdoor is het goed drinken aan de borst niet meer zo simpel, zo vanzelfsprekend meer. Borstvoeding geven is iets wat elke moeder moet leren. Ook het goed drinken aan de borst is iets wat iedere pasgeboren baby moet leren. De eerste dagen na de bevalling zijn goede “oefendagen”. De borsten zijn nog soepel en de noodzaak voor de baby om voedsel te krijgen is kleiner, omdat de pasgeborene vanuit de baarmoeder reservevoeding heeft meegekregen. De voeding die de moeder tijdens de eerste dagen produceert bevat bovendien heel veel voedingstoffen, vitaminen en afweerstoffen. Deze eerste moedermelk noemen we colostrum. Heel vaak verloopt dat leerproces vanzelf. Sommige baby’s hebben soms wat meer tijd nodig. Als in de eerste dagen na de bevalling door omstandigheden het geven van borstvoeding moeilijker gaat, hebben ook moeders behoefte aan deskundige ondersteuning. Die omstandigheden kunnen zijn: een zware bevalling, een keizersnede, veel bloedverlies, ernstige stuwing, enz. Alles wat essentieel is voor het in stand houden van de soort, is plezierig. Stel je voor dat eten en voortplanting onplezierig zouden zijn. Dan zou de mensheid allang niet meer bestaan. Het is dan ook volstrekt niet logisch als het geven van borstvoeding pijnlijk zou zijn. Vrijwel altijd berust de pijn op het verkeerd aanleggen van de baby.

Voor een baby is het, om goed te kunnen drinken, belangrijk dat er bij verstoring van het natuurlijke proces op tijd deskundige hulp word ingeschakeld.

Dit berust op een fors misverstand. Hormonen zijn verantwoordelijk voor de productie van de melk. Het harden en dus ook ongevoeliger maken van de tepel zou de aanmaak van deze hormonen en de toeschietreflex alleen maar onderdrukken. Pijnlijke tepels tijdens het voeden wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een verkeerde aanlegtechniek.
Uit een recente studie blijkt dat het extra drinken geen invloed heeft op de melkproductie. Als je borstvoeding geeft mag je dus gewoon naar behoeften drinken. Moeders die borstvoeding geven vertellen wel meer te drinken, omdat de behoefte aan extra drinken vanzelf ontstaat. Het is dus niet nodig om extra te drinken tegen je zin in.
Nee, je kan normaal te eten. Je hoeft geen speciaal voedsel te eten, noch bepaald voedsel te vermijden. Een moeder hoeft ook geen melk te drinken om melk te kunnen maken. Het is niet nodig voorzichtig te zijn met gekruide voedingswaren, knoflook, kool of citrusfruit. Je moet een gewoon gezond evenwichtig eetpatroon volgen. Krampjes, winderigheid en huilen kunnen veelal verholpen worden door de techniek van het voeden te veranderen in plaats van de voedingsgewoonten van de moeder. Het is interessant om te weten dat elk land in de wereld, weer andere ge- en verboden kent als het om borstvoeding gaat. In Mexico wordt moeders geadviseerd om katoenzaadjes te consumeren, in Japan worden rijst en bamboescheuten geadviseerd, in Korea soep getrokken van zeewier, dit alles om de borstvoeding te stimuleren. In Nederland lees je nog regelmatig in een tijdschrift of op internet dat het drinken van bruin bier en het drinken van venkelthee, borstvoedingsbevorderend werkt. Inmiddels is wel duidelijk dat het effect van voeding nihil is en veelal naar het land der fabelen kan worden verwezen. Bruin bier bevat alcohol en kun je zelfs beter vermijden. Kortom eet smakelijk!
Als je niet kunt stoppen met roken kan je natuurlijk borstvoeding geven. In onderzoek is aangetoond dat borstvoeding de negatieve effecten van sigarettenrook voor de longen van de baby vermindert. Borstvoeding is zeer gunstig voor de gezondheid van moeder en kind. Natuurlijk is het beter als je niet rookt, maar als je niet kan stoppen of minderen, kun je beter niet roken waar de baby bij is. Het beste zal je buiten of in een bijkeuken kunnen roken als je het roken niet kan laten. Tevens is het beter om te roken nadat je de baby hebt gevoed. Bij de volgende voeding zal de nicotinespiegel in je bloed lager zijn. Indien je rookt vlak voor het geven van borstvoeding, zal de nicotine spiegel in het bloed hoog zijn. Ook als je rookt ben jezelf en de baby het beste af met borstvoeding.
Ouders wordt geadviseerd om te stoppen met actief roken en meeroken. In de voorlichting is er tevens aandacht voor het roken van de partner. Indien de partner rookt, worden de moeder en de baby blootgesteld aan passief roken. Het advies om de partner te laten roken buitenshuis is dan van belang. De partner te laten roken onder een afzuigkap of gebruik te maken van luchtreinigers is onvoldoende effectief, ook het extra luchten van de woning is niet afdoende.

Als de moeder rookt en geen mogelijkheden ziet om te stoppen, is toch het advies aan de moeder om borstvoeding te geven. Daarbij is het van belang om de volgende regel in acht te nemen: de moeder kan direct aansluitend na het geven van borstvoeding roken en 2 uur voor de voeding niet meer. De nicotine spiegel in het bloed is dan lager en de baby krijgt minder nicotine binnen via de moedermelk. Tevens is het advies aan de moeder om buiten te gaan roken, zodat de baby niet wordt blootgesteld aan het passief roken. Op www.rokeninfo.nl kun je meer informatie over dit onderwerp lezen.

(Zeer)matig gebruik van alcohol kan na de eerste weken voor een gezonde baby geen kwaad. Bij een pasgeboren baby werkt de lever nog niet helemaal goed en daarom kan de alcohol die hij via de moedermelk binnenkrijgt niet goed afgebroken worden. Als je alcohol drinkt terwijl je een lege maag hebt, wordt er na 30-60 minuten de hoogste concentratie alcohol in de melk aangetroffen. Als je een volle maag hebt, is dat na 60-90 minuten. Daarna wordt de alcohol weer opgenomen in de bloedbaan. Hiermee kun je bij de voedingstijd eventueel rekening houden. Hoe lang het duurt voor de alcohol uit de melk verdwenen is hangt af van de gebruikte hoeveelheid, de stofwisselingssnelheid van de moeder, of de alcohol voor of na de maaltijd is genuttigd en de conditie van de lever. Het is meer een kwestie van een aantal uren dan van een hele nacht, d.w.z na de avondvoeding zou je eventueel wat kunnen drinken als het kind geen nachtvoeding krijgt. Als je veel hebt gedronken kun je eventueel een voeding afkolven (op of vlak voor voedingstijd) en weggooien. De baby krijgt dan eerder afgekolfde melk.
Baby’s vinden melk met alcohol minder lekker; ze drinken er minder van. Ook de toeschietreflex werkt minder goed. Dit kan natuurlijk tot gevolg hebben dat de baby niet tevreden is of niet goed groeit.

Via www.alcoholinfo.nl is veilig drinken: maximaal een paar keer per week een paar (2) glazen per dag. Als men zich aan de normale glasmaten voor bier, wijn en sterkere drank houdt maakt het niet uit wat men drinkt.

Bij geregeld sociaal drinken (dat is dus meer dan twee glazen op een dag) kan de motorische ontwikkeling van het kind gaan achterlopen. Tenslotte: als een moeder teveel drinkt kan ze misschien niet goed voor haar kind zorgen. Ze mag het kind na alcoholgebruik niet bij zich in bed laten slapen. Als een baby na het drinken van moedermelk met een hoog alcoholpercentage te slaperig wordt neemt de kans op wiegendood toe.

Dit is absoluut niet nodig. Als je begint met borstvoeding dan drinkt de baby het colostrum (de eerste melk). Dit colostrum bevat enorm veel calorieën, vitaminen en antistoffen. De baby heeft geen extra voeding nodig. Als je je baby water geeft, dan drinkt het bovendien minder colostrum en is de kans op uitdrogen des te groter. De borstvoeding wordt voortdurend afgestemd op de behoeften van de baby. Tot ongeveer 6 maanden heeft de baby niets anders nodig om te groeien dan borstvoeding. Als het erg warm is en de baby wil extra drinken, dan kun je de baby beter een keertje extra aanleggen.
Als de baby aan de borst wordt gelegd ontstaat er een verhoging van het hormoon prolactine en oxytoxine. Oxytoxine zorgt voor het samentrekken van de spiertjes en kanaaltjes rondom de melkklier waardoor de melk in de melkkanaaltjes toeschiet. Door het hormoon prolactine wordt de melkproductie gestimuleerd. Daardoor wordt aan het einde van de voeding, als het kind minder gaat drinken, de voorraad weer aangevuld. De borst is dus nooit leeg en altijd in staat om melk te produceren en af te geven, zelfs voor twee kinderen tegelijk een half jaar lang.
Een gevoel dat de borst enigszins ‘vol’ is wordt door bijna iedere vrouw genoemd die met borstvoeding begint. Dit gevoel verdwijnt meestal na de eerste 48 uur. Een pijnlijke stuwing is niet normaal en is bijna altijd het gevolg van het verkeerd aanleggen van de baby of mismanagement. De baby kan daardoor minder goed drinken en er ontstaat melkstuwing. Als deze situatie niet verbeterd, wordt het van kwaad tot erger, de borst wordt pijnlijker waardoor de baby nog moeizamer kan drinken. Uiteindelijk kan deze situatie leiden tot een borstontsteking.
Het is volkomen normaal dat een zuigeling na de geboorte wat gewicht verliest. Het eerste uur na de geboorte heeft de baby zeer sterke voedingsreflexen. Het is handig om van dit moment gebruik te maken om je kindje aan te leggen. De baby kan dan direct profiteren van de eerste slokjes colostrum. Als er langer wordt gewacht, dan is de baby vaak te moe en dan is het vaak moeilijker om de baby goed aan te leggen. Door de baby minimaal 7 à 8 keer per etmaal aan te leggen kan de borstvoeding langzaam op gang komen. De baby zal dan geleidelijk aan steeds meer gaan drinken. Zowel baby’s die flesvoeding als borstvoeding krijgen, vallen de eerste dagen wat af. Ook door de bevalling verliest de baby veel vocht. Een gewichtsafname van ongeveer 5 tot 7%, is normaal. Als de baby 3 tot 4 dagen oud is, gaat hij/zij weer langzaam groeien. Na ongeveer 10 tot 14 dagen is de baby weer terug op zijn/haar geboorte gewicht.
Fingerfeeding en cupfeeding zijn twee voedingstechnieken om een baby te laten drinken. Bij cupfeeding drinkt de baby uit een kopje. Bij fingerfeeding drinkt de baby uit een spuitje terwijl de baby aan een vinger zuigt. Beide voedingstechnieken worden gebruikt als je kindje er (nog) niet aan toe is om aan de borst te drinken en er kleinere hoeveelheden voeding moeten worden bij gegeven. Probeer dit niet op ‘eigen houtje’, maar vraag advies van de kraamverzorgster, de verpleegkundige of de lactatiekundige. Voor hulp bij het aanleggen kun je contact met ons opnemen.
Alle instellingen voor ouder- en kindzorg dienen er zorg voor te dragen dat:
• zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
• alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
• alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
• moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven.
• aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden.
• pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie.
• moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven.
• borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd. Dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen wordt gegeven.
• er borstvoedingsbegeleidingsgroepen kunnen worden gevormd en dat vrouwen bij het beëindigen van de zorg naar deze groepen worden verwezen.
Nee, een borstontsteking wordt veroorzaakt door een bacterie, schimmelinfectie of aanhoudende borststuwing die niet adequaat wordt behandeld. Kou of tocht heeft hierop geen invloed. Het advies om op te passen met kou als je borstvoeding geeft, is een fabeltje.
Als je geen koorts of griepverschijnselen hebt, maar alleen een pijnlijke verharding in de borst, is antibiotica niet noodzakelijk. De baby extra laten drinken aan de pijnlijke borst, een warm kompres op de pijnlijke plek in de borst en eventueel een pijnstiller zorgt er meestal voor dat het verstoppinkje verdwijnt. Blijft de borst na een aantal dagen pijnlijk en krijg je koorts en griepverschijnselen, dan is het verstandig je huisarts te consulteren, Wellicht is ondersteuning met antibiotica dan noodzakelijk. Het is en blijft belangrijk de baby regelmatig aan te leggen, aan de pijnlijke borst.
In principe is het geven van borstvoeding een anticonceptie en biedt het gedurende de eerste 6 maanden een bescherming (98%) tegen een volgende zwangerschap. Borstvoeding kan een betrouwbare anticonceptiemethode zijn als er aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
• de baby is niet ouder dan zes maanden;
• de moeder heeft sinds de geboorte nog geen menstruatie gehad;
• je geeft uitsluitend borstvoeding, overdag om de vier uur, ‘s nachts om de zes uur.

Indien je geen risico wilt lopen op een volgende zwangerschap is het verstandig een anticonceptiemiddel te gebruiken, zeker als je de borstvoeding gaat afbouwen en of geen nachtvoeding meer geeft. Een mechanisch anticonceptiemiddel (condoom) heeft de voorkeur boven een hormonaal anticonceptiemiddel (pil). Een hormonaal anticonceptiemiddel beïnvloed de aanmaak van het hormoon prolactine in negatieve zin, het is bekend dat door het gebruik van de pil, de borstvoeding terug loopt. Na 6 maanden wordt de betrouwbaarheid minder, hoewel het nog steeds enige bescherming biedt. Doorgaans krijgen vrouwen die borstvoeding geven en geen anticonceptie gebruiken elke twee á drie jaar een volgend kindje.

Tijdens het geven van de borstvoeding wordt er – omdat de zuigeling aan de tepel zuigt – een prikkel gegeven aan de hypofyse. De hypofyse produceert daardoor het hormoon prolactine en oxytocine. Zolang het hormoon prolactine in de bloedbaan aanwezig is, worden de hormonen die verantwoordelijk zijn voor het op gang brengen van de menstruatiecyclus geblokkeerd. De prolactinespiegel in het bloed moet daarvoor wel op een constante waarde blijven. Het is van belang dat de baby met een vaste regelmaat van elke 4 uur overdag en elke 6 uur ‘s nachts wordt aangelegd. Indien de baby niet met regelmaat wordt aangelegd, dan wordt de hormoonspiegel prolactine te laag en komt de menstruatiecyclus weer op gang. Indien je geen risico wilt lopen op een volgende zwangerschap is het verstandig een anticonceptie middel te gebruiken, zeker als je de borstvoeding gaat afbouwen en of geen nachtvoeding meer geeft. Een mechanisch anticonceptiemiddel (condoom) heeft de voorkeur boven een hormonaal anticonceptiemiddel (pil). Een hormonaal anticonceptiemiddel beïnvloed de aanmaak van het hormoon prolactine in negatieve zin. Het is bekend dat door het gebruik van de pil, de borstvoeding terug loopt.
Ja, het is goed mogelijk om een tweeling gelijktijdig borstvoeding te geven. Je lichaam is bovendien in staat om voldoende borstvoeding te produceren voor beide baby’s. Er zijn verschillende voedingshoudingen mogelijk. Het voordeel van het gelijktijdig voeden van de tweeling, is behalve de tijdwinst, ook het feit dat niet één van de baby’s hoeft te wachten. Als de baby’s ouder worden, kunnen ze hun eigen voedingsritme ontwikkelen. Toch vertellen ouders van een tweeling dat het goed mogelijk is, dat de tweeling voor een zeer lange periode de voedingen op elkaar afstemmen. In het kraambed zal je de verschillende voedingshoudingen kunnen oefenen. Het is verstandig om je al in de zwangerschap voor te bereiden op het geven van borstvoeding van een tweeling door middel van een cursus. Ook in onze Nieuwsbrief Borstvoeding voor een tweeling kun je uitgebreide informatie lezen.
Elke slok borstvoeding is er één en zeker de moeite waard! De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) concludeert dat kinderen 6 maanden exclusief borstvoeding zouden moeten krijgen. Na een uitgebreid literatuuronderzoek en een consultatie met experts is de WHO tot deze conclusie gekomen. Tot nu toe was de aanbeveling 4 tot 6 maanden. In de praktijk werd deze aanbeveling door fabrikanten toegepast door vanaf 4 maanden aanvullende voeding aan te prijzen en aan te bevelen. Voor veel moeders is dit ook de reden om vanaf 4 maanden te beginnen met het geven van fruit en groentehapjes aan hun kinderen. In de ontwikkelingslanden, waar de hygiëne slecht is, is dit een oorzaak van ziekte en zelfs sterfte bij een groot aantal kinderen per jaar. Echter ook in landen zoals Nederland, met goede hygiënische omstandigheden, heeft exclusieve borstvoeding gedurende 6 maanden een beschermend effect op met name darminfecties. Tijdens de jaarvergadering van de WHO in mei 2001, is besloten dat de gezondheidsaanbeveling van 4 tot 6 maanden zal worden vervangen door de aanbeveling voor exclusieve borstvoeding tot 6 maanden.
Bron: WEMOS
Arbeidstijdenwet, artikel 4:8 1.
Een vrouwelijke werknemer, die een kind borstvoeding geeft, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste negen levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking.
De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever.
De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel is nietig.

Arbobesluit, artikel 3.48
Voor zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie is een geschikte, af te sluiten besloten ruimte beschikbaar, waarin gelegenheid is of onmiddellijk kan worden gemaakt voor het nemen van rust. In een zodanige ruimte is een deugdelijk, al of niet opvouwbaar bed of een deugdelijke rustbank beschikbaar.

Toelichting in Arbo-informatieblad Zwangerschap en Arbeid.
Voor het geven van borstvoeding of om te kolven mag de werkneemster de eerste negen levensmaanden van het kind de arbeid onderbreken voor maximaal een kwart van de arbeidstijd. De werkgever is verplicht deze tijd door te betalen. Als het geven van borstvoeding of het kolven meer tijd kost dan is de werkgever niet verplicht meer tijd door te betalen dan hiervoor aangegeven. Indien een werkneemster langer dan negen maanden borstvoeding wil geven waarvoor zij de arbeid moet onderbreken, moet zij dit in overleg met de werkgever regelen en er rekening mee houden dat een wettelijke basis ontbreekt. Een van binnen uit af te sluiten besloten ruimte moet tijdens de zwangerschap en in de periode van borstvoeding beschikbaar zijn. Tijdens de zwangerschap is deze ruimte met name bedoeld om te kunnen rusten. Daarvoor moet in de ruimte een (opvouwbaar) bed of een rustbank beschikbaar zijn. De ruimte kan na de bevalling gebruikt worden bij het geven van borstvoeding of bij het kolven. De ruimte moet ‘geschikt’ zijn, wat kan worden opgevat als een ruimte waar geen gevaren aanwezig zijn en waar voldoende voorzieningen voor klimaatbeheersing en luchtverversing aanwezig zijn. Indien geen geschikte ruimte beschikbaar is moet de werkgever de werkneemster in de gelegenheid stellen thuis te voeden of te kolven. Hierbij geldt nog wel de bepaling over de beschikbare tijd op kosten van de werkgever. Het is de bedoeling dat de werkneemster en de werkgever concrete afspraken maken over de uiteindelijke invulling van genoemde regelingen. Lukt het niet om tot afspraken te komen dan kan contact worden gezocht met de bedrijfsarts of ondernemingsraad voor advies en bemiddeling. Blijven er problemen, dan kan contact worden gezocht met de vakbond of met de Arbeidsinspectie.

Tijdens de zwangerschap word een vrouw vanzelf zwaarder. Niet alleen de buik groeit, ook krijgt een vrouw meer vetkussentjes op billen, heupen en bovenarmen. Het lichaam maakt vetreserves aan, gemiddeld zo’n twee kilo, maar het varieert van vrouw tot vrouw. Dit is een natuurlijke reactie waarop een vrouw weinig invloed op kan uitoefenen, De vetreserves zijn nodig om borstvoeding te kunnen geven. Borstvoeding helpt vaak mee om de extra kilo’s kwijt te raken. Het is niet verstandig om te gaan lijnen terwijl er aan een zeer jong kind borstvoeding wordt gegeven: er zijn afvalstoffen in het vet opgeslagen, en door de vetreserves te gebruiken komen die vrij en bereiken de baby via de borstvoeding. Ondanks dat de vrouw niet gaat lijnen is er soms sprake van fors gewichtsverlies, zelfs bij een normaal voedingspatroon. Dit verschijnsel doet zich veelal voor na de zes maanden. Ondanks dat het afvallen in combinatie met borstvoeding wordt gezien als één van de vele voordelen van borstvoeding, mag het niet zo zijn dat er sprake is van een abnormaal laag gewicht.

Om te bepalen of er sprake is van een laaggewicht of ondergewicht moet er een verband worden gelegd tussen de lengte en gewicht. De Body Mass Index of wel afgekort BMI.
Deel het gewicht in kilo’s door de lengte in meters in het kwadraat: BMI = gewicht in kg : ( lengte ) 2
Een voorbeeld: Het gewicht is 54 kg. De lengte 1.64 Meter. 54 kg. : ( 1.64 x 1.64 ) = 53 : 2.6896 = 20.077334 BMI = 20
Een BMI tussen de 20 en 25 wordt gezien als normaal voor een volwassene in de geïndustrialiseerde wereld. In het voorbeeld is dus sprake van een normaal, maar laag lichaamsgewicht.

Naast het bepalen van de BMI index is het tevens van belang dat het gewicht in het bovengenoemde voorbeeld stabiel blijft. Indien er in het genoemde voorbeeld sprake is van verder gewichtsverlies is dit een aanleiding om contact op te nemen met de huisarts. Een BMI index van 20 ligt net op de grens wat als normaal kan worden gezien. Indien er sprake is van een verdere snelle gewichtsafname kan niet worden uitgesloten dat het gewicht ver onder het ideaal gewicht komt en er daardoor tal van lichamelijke klachten ontstaan. Indien er sprake is van een abnormaal lage BMI index gecombineerd met een snelle daling van het gewicht zal de huisarts een verwijzing kunnen geven naar de diëtist. Indien ondanks de begeleiding van een diëtist het gewicht niet wordt gestabiliseerd is een lichamelijk onderzoek geïndiceerd. Denk bijvoorbeeld aan schildklier problemen en ijzer tekort.

De tijd die je nodig hebt om de borstvoeding af te bouwen is onder meer afhankelijk van de duur van de borstvoedingperiode. Na de kraamweek kun je de borstvoeding sneller afbouwen, dan met 6 maanden. Alles wat je hebt opgebouwd heeft ook tijd nodig om weer af te bouwen. Als je de borstvoeding rustig afbouwt, krijgt het borstweefsel de kans om rustig te herstellen. Iets wat er voor de bevalling leuk uitziet, moet er na de borstvoeding ook nog leuk uit blijven zien. Door de borstvoeding rustig af te bouwen, is er bovendien minder kans op een borstontsteking.
Uitgebreide informatie over het afbouwen van borstvoeding kun je lezen in de Nieuwsbrief Afbouwen van borstvoeding.